Selecteer een pagina


Hoor ik vandaag op de radio dat we met z’n allen veel gelukkiger zijn dan pak ‘m beet twee jaren geleden. Het pessimisme, ontstaan vlak na de moord op Fortuyn, zou hebben plaatsgemaakt voor vrolijkheid en jolijt! De economische malaise is ineens verdwenen, we zijn weer ‘back home’. Relatief gezien was er eigenlijk weinig tot niets aan de hand. Okay, veel mensen hadden de schrik in de benen door de moord op Fortuyn en het daardoor veranderende politieke karakter. Onze samenleving zou nooit meer dezelfde zijn. We zouden kennis gaan maken met terreuraanslagen en rellen zoals in de verpauperde Parijse voorsteden. De haperende economie zou daar nog een schepje bovenop doen. Het gemiddeld besteedbaar inkomen is inderdaad teruggelopen. Maar zo erg is het toch niet, om i.p.v. drie keer, twee keer per jaar op vakantie te gaan? Nederlanders zijn mopperaars, zonder te willen generaliseren. De geluksfactor van mensen wordt bepaald door de situatie waarin zij verkeren en de waardering die men daar voor heeft. De optimistisch denkende mensch zou dus per definitie gelukkiger zijn dan een pessimistisch denkend persoon. Als het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2005 een negatief beeld schetst over de staat waarin ons land dreigt terecht te komen, steekt er automatisch een onderhuids ongenoegen de kop op bij pessimistische burgers. Wat blijkt anno 2007; burgers zijn in bijna alle opzichten optimistischer en voelen zich beter. Het economisch klimaat is gunstiger, het opinieklimaat is verbeterd. Ze zijn tevreden over hun woonsituatie en het gevoel van onveiligheid is afgenomen. Zelfs het vertrouwen in de regering is in twee jaar sterk gestegen. Of dat laatste op waarheid berust betwijfel ik trouwens. Misschien heeft dat ‘planbureau’ haar medewerkers inmiddels aan een toets onderworpen, of ze het glas half vol of half leeg zien!